|

|
<
terug
De
clowns verstaan hun vak, zijn vegetarisch en excelleren
in het invullen van sudoku’s met kleurpotloden met hun
warme, gevoerde dopneuzen conform clown-cao.
Ze kunnen uitmuntend voorsorteren.
Eindhoven eindigt artificieel als een sprookje. Men is
er nog. Men bestelt meisjeshuidbehang voor warmte.
Er zijn handen die men op aanvraag kan vasthouden.
Ook op afstand. Zonder nestgeur worden straten vaal.
De lucht is zuiver. Het kan hier uitstekend waaien.
Men kan hier ook goed wachten.
Dat gaat met name hand in hand.
Binnen bepaalde lijnen is men zeer tolerant.
Men mediteert niet langer op andermans belastingscenten.
Alles bestaat uit staalplaat en printplaat. Plat en slim.
Een eicel in een matrix. Navels maagdelijk en galmend.
Men ervaart het verband tussen Boeddha en stofzuigers.
Mentaal stijgt men tot grootse hoogten, met diepe inzichten,
al blijft men dusdanig kwabben en lobben aanslepen, dat men
schrikt van eigen fallussen
en eigenlijk ook van ieder ander lichaamsdeel.
vervolg >
|