Studieproject
TU/e 2001 - Museum
Het
markante gebouwvolume geeft beschutting aan een park wat resultaat is van
het uitgangspunt
gebruik te willen maken van de unieke en rustige locatie
nabij het krioelende centrum.


Als
gevolg van het driehoekige stramien ontstaan drie zichtlijnen (in plaats van de
meer gebruikelijke twee): Het interieur lokt uit
om ongericht door te dwalen.
Dit wordt versterkt, omdat elk hoekpunt, als uitgang van een ruimte, grenst aan
maximaal vijf anderen.
Dit is afhankelijk van de positie van flexibele wanden.
Het interieur kan veranderen met de exposities, echter zonder dat ruimtes
vervallen in karakterloosheid. De aanwezige constructie op het driehoek stramien
is daarvoor te markant.
