d i c h t b u n d e l   v a n   d e   w e e k 
door Thomas Möhlmann op Literair Nederland

Paragraaf 2.3  I Love You
Peerlings, Rigter & Dijksterhuis


Op vrijdag 24 februari presenteerden een dichter/performer, een                  schrijver/dichter en een dichter/beeldend kunstenaar de wonderlijke             
vrucht van hun samenwerking: Het sleutelwoord van hun project lijkt me         ‘vermenging’: van het visuele en het tekstuele, van individuele                      woordvondsten, associaties en preoccupaties, van de inkt uit de pen in drie verschillende dichtershanden, en ook inhoudelijk: enkele verhalen vormen  van begin tot eind een vermengde of vervlochten rode draad, van de         persoonlijke dwaalgangen op het pad van de liefde, van de moeizame      verhouding die aardbewoners met hun al dan niet bestaande god              onderhouden, van binnen- en buitenwerelden, stadsleven en ingewanden,
van de observerende eenling en de participerende mens, van een           zelfdestructieve genetisch gemanipuleerde clown.                                  

De ruimte die de Eindhovense ideële uitgeverij Opwenteling –nadrukkelijk 
op niet-milieuvriendelijk, niet-chloorvrij gebleekt papier– aan Dijksterhuis,   Peerlings & Rigter bood, hebben zij als een ware drie-eenheid ingericht.   Weliswaar is de visuele representatie (vormgeving, omslag, tekeningen,    schetsen, afbeeldingen) van het geheel het werk van Rigter alleen, maar    tekstueel hebben de drie hun bijdragen dermate ineengevlochten, dat het  resultaat niet door een ander, maar ook zeker niet door één van hen          geschreven had kunnen worden. Achterin de bundel kan teruggevonden   worden aan welke gedichten of fragmenten welke dichter het meest werk   heeft gehad, maar duidelijk is dat er geen letter de pagina’s van                 PARAGRAAF 2.3 I LOVE YOU
  vult die niet in gezamenlijkheid neergezet,  omgevormd of gehandhaafd is. Zo is niet een driestemmige beurtzang        ontstaan, maar een polyfoon taalfestijn waarin de poëtische subgenres over elkaar heen buitelen en registers elkaar voortdurend afwisselen of vermengd raken.
 

Dat het met de grote variatie aan stijlen geen zooitje wordt, maar integendeel een verfrissende avontuur oplevert, is waarschijnlijk aan zowel een                vormtechnisch als een inhoudelijk aspect te danken. Enerzijds namelijk aan   de zorg die aan de dag is gelegd voor de compositie: de variatie waaiert      niet zo maar richtingloos uit, maar lijkt ingepast in een zorgvuldig                    opgetrokken totaalconstructie, die de lezer toch de nodige houvast verschaft. Anderzijds aan het feit dat er wel degelijk, over de bundel als geheel         uitgespreid, verhalen met een kop en een start verteld worden. Er zit een   ontwikkeling in de beschreven liefdesgeschiedenis, in de zoektocht naar 
een plek en een perspectief, en mede daardoor wordt de lezer op gang   gehouden.

Wie kwaad wil, kan erop wijzen dat niet élke associatie of regel even briljant   of origineel te noemen is, of dat een redacteur een paar kleine oneffenheden nog even had moeten corrigeren (zo is er ergens onder meer sprake van     een ‘voorhoofd / die’), maar zelfs hij zal moeten erkennen dat door elke        bladzij een gerichte energie en een enthousiasme razen die het dwalen door de stad van deze bundel tot een plezier maken.  

Interview TAC TV
Interview De Contrabas
Interview Eindhovens Dagblad
Recensies HET DUIMZUIGEND FOSSIEL
Recensie DE ONAANGEBROKEN STAD
Recensie PARAGRAAF 2.3 I LOVE YOU