W i l l e m   A d e l a a r   i n t e r v i e w t   A r n o u d   R i g t e r

Het eerste interview sinds jaren houd ik op een dinsdag. Een championsleague-avond die niet geheel aan mij voorbijgaat. Ik moet me door een vervaarlijke massa PSV-supporters heen wringen om bij de woning van de te interviewen persoon te komen. Gelukkig voor mijn doen zitten de gevaarlijkste supporters, de supporters met een stadionverbod, in het café op de hoek van de Mathildelaan. Arnoud woont in de zogenaamde Ventoseflat, een voormalig fabriekspand met aan de ene kant het PSV stadion en aan de andere kant het pand waarin vroeger de Philips personeelswinkel gevestigd was en waarin nu het Temporary Art Center is gehuisvest.

De ene kant en de andere kant. Het zijn termen die in variaties zullen terugkomen in dit interview. Om maar een voorbeeld te geven: “Het is leuk wonen hier, met aan de ene kant die kleine arbeidershuisjes en aan de andere kant dat ruimteschipkolos dat het stadion is” zegt Arnoud Rigter (1978), in 2004 als architect afgestudeerd aan de Technische Universiteit te Eindhoven, maar van beroep beeldend kunstenaar.

Homo Ludens, Homo Universalis. Deze termen, ze hebben beiden betrekking op hem. Hij is zowel een man van de wetenschap als een man van de praktijk, gezien de vele technische disciplines die hij beheerst. Tegelijkertijd blijft deze man een  kind dat de werkelijkheid speels en onderzoekend, tastend, benadert. Hij zoekt geen antwoord. Hij ontdekt alleen een nieuwe vorm en een nieuwe gelijkenis.

Hij laat me, eenmaal in zijn huis annex atelier en aan zijn pc, een aantal projecten zien waarmee hij bezig is.


Bestand 1
wordt geopend. Het project heet Betonwolk.(www.betonwolk.nl), een project in samenwerking met filmmaker Koen Zoontjes.
Het gaat om de verfilming van zijn gedicht “chemische engel”, met in de hoofdrol een achtjarige tweeling met Russische kindergasmaskers op.

“Koen en ik bedenken samen het scenario. We gaan een aantal tweeminutenfilms maken naar aanleiding van gedichten. We benaderen op dit moment podia waar we de films kunnen draaien, zoals op de vorige nationale gedichtendag in de stadsschouwburg van Utecht”.


Project nummer twee
is de bundel “PARAGRAAF 2.3 I LOVE YOU” i.s.m. Ronny Dijksterhuis en Onno Peerlings. (www.paragraaf.doorzin.nl)


“Vanwaar de titel?” vraag ik.

“Dat titel slaat op het over-rationele en het over-emotionele van de hoofdpersoon in de bundel.”


“Hoe kwam je tot die hoofdpersoon?”

“De bundel is fragmentarisch qua vorm, want we zijn met drie schrijvers en met meer dan drie schrijfstijlen, maar we wilden het coherent houden qua inhoud. Daarom hebben we een verhaallijn rond een hoofdpersoon bedacht om gedichten als sfeerbeelden aan te kunnen ophangen. Maar waarom die persoon dan toch zo geworden is...?.”


“Hoe ging de samenstelling in zijn werk?”.

“Grofweg maakten we eerst een selectie van de gedichten die we in de bundel wilden hebben. Die hebben we qua thematiek gesorteerd en daar hebben we een verhaallijn uit geboetseerd. Het duurde vele maanden om alles goed met elkaar te verbinden, het geheel te stroomlijnen en gaten te vullen. Sommige gedichten zijn geschreven door twee personen. Werken met anderen werkt verfrissend, maar je moet wel tegen kritiek kunnen en die ook mogen leveren”.


Project drie is het schilderwerk.

“Zo ben ik nu bezig met halfdoorzichtige werken. Als ze voor het raam hangen, verandert de afbeelding met het daglicht mee. In plaats dingen te isoleren door ze in te lijsten, streef ik naar ontlijsten. Zo verbind ik mijn werk met de ruimte waar het hangt. Ik houd er van om verschillende materialen met elkaar te verbinden (zoals olieverf en inkttekeningen). Dat leggen van verbindingen gaat ook op voor zowel verschillende disciplines (zoals poëzie en beeldende kunst), als voor de samenwerken met verschillende mensen. Ik wil een zo breed mogelijk kleurenpallet om alles met elkaar te integreren.”


“Hoe zou jij je werk willen typeren?”

“Mijn werk is een soort van onderzoek en tegelijkertijd spel. Een thema is het technisch rationele aan de ene kant en het menselijke aan de andere kant, tenminste als ze niet zijn geïntegreerd”.

“Welke kunstenaars hebben jou beïnvloed?” 

“Hoewel mijn werk niet lijkt op dat van de landschapskunstenaar Andy Goldsworthy, voel ik me verwant met zijn spelende mentaliteit en kinderlijke verwondering. Hij maakt met zijn blote handen een ingreep in de natuur, waarmee hij die natuur ook leert kennen. Vervolgens pakt die natuur zijn ingreep weer terug. Dat verval fotografeert hij. Een mooie manier om tijd zichtbaar te maken. Verder word ik beïnvloed door mensen die zich verversen door zich af en toe creatief onderuit te trappen”.


“Je bent afgestudeerd als architect. Hoe ziet voor jou de ideale architectuur eruit?”

“Architectuur kan een schoonheid hebben die voortkomt uit constructie en functie. Dat kan niet met gedichten of beeldende kunst. Ook houd ik van primitieve bouwwerken om de manier waarop ze in oude culturen geworteld zijn. Dat is zo’n beetje het tegendeel van de onsamenhangende bedrijfsgebouwen langs de snelweg”.

Project 4 is zijn gedicht “16:59” Het is een gedicht geschreven voor de manifestatie met de naam “Senses” een kunstenaarssamenwerkingsproject waarin de zintuigen centraal staan Arnoud neemt het zintuig -ruiken- voor zijn rekening.

“Ik heb geur opgevat als iets dierlijks, iets wat de mens vergeten is. Ik wil de hond in de lezer wakkerblaffen”.

Naar aanleiding van dit gedicht zijn er door verscheidene kunstenaars uit de regio Brabant een aantal schilderijen gemaakt en heeft een componist een muziekstuk gecomponeerd. (zininkunst.dse.nl).
 

Dit alles is een kleine greep uit het aantal projecten, waarmee Arnoud zich bezighoudt. Ik heb het acteurschap nog niet genoemd, het performanceschap en het websiteontwerpschap. Maar daar ga ik de lezer niet meer mee vermoeien. Eerdaags zal hij ongetwijfeld uw pad kruisen en u hoogst prettig verwarren.



N A A R   B O V E N

Interview De Contrabas
Interview Eindhovens Dagblad
Interview Altahona
Recensie DE ONAANGEBROKEN STAD
Recensie PARAGRAAF 2.3 I LOVE YOU