![]() ![]() |
|
I
n t e r v i e w D e C o n t r a b a s 1. Met welk gedicht van uzelf zou u zich aan de lezers willen voorstellen? Deze
verklapte achteraf meer over mezelf dan ik bij schrijven in de gaten
had. Het is hier
ingesproken door een zevenjarig meisje. hoe de kleurenblinde clown wraak nam hij
schuurde zijn gezicht langs buitenmuren het
bleek dat alleen zijn eigen water hij
vroeg zich af waar zijn
tot hij daarmee weer quitte stond
2.
Waarom poëzie? Met
ratten zijn interessante experimenten gedaan. De ene helft van een groep
ratten moest eens verblijven in een saaie ruimte, de andere helft in een
soort oase van speelgoed en closetrollen. Toen na een tijdje de
rattenhersenen werden doorgesneden bleek dat die van de tweede groep een
stuk beter ontwikkeld waren. Bovendien viel de onderzoekers op dat de
ratten van die groep vriendelijker te hanteren waren dan die uit de
eerste groep. Daaruit leid ik af dat ik zonder mijn creatieve bezigheden
onvriendelijker en dommer zou zijn geweest. Daarnaast vind ik dat er naast de
alledaagse ‘uitlegtaal’, ook een ‘uitdruktaal’ moet zijn.
Meestal gebruiken we ‘uitlegtaal’, bijvoorbeeld in een journaal:
Hoewel de feiten daar correct zijn, geloof ik op één of andere manier
niet wat er gezegd wordt. Zo’n droge nieuwslezer met horrorverhalen in
zo’n studio is toch
een onbeholpen vertoning? Moet ik dat geloven? In mijn
hoofd klopt het wel, maar mijn hart klopt niet echt. Bij mijn favoriete
poëzie daarentegen ontspoort mijn hoofd, maar kom ik emotioneel thuis.
Bij ‘uitdruktaal’ gaat het dan niet zozeer om wat wordt gedefinieerd
in de woorden, maar om de sfeer die tussen de woorden hangt.
Vaak
weet ik beter te benoemen waarom iets me niet raakt dan wanneer wel.
Blijkbaar gaat het dus om iets onbenoembaars en misschien durf ik daarom
weinig over Kouwenaar te zeggen. Ook Hans Verhagen heeft me met zijn
oeuvre meegenomen: Vooral oudere dichters die ontwikkelingen hebben
doorgemaakt vind ik interessant. Verder houd ik o.a. van de
uiteenlopende gezichten van Hugo Claus, of de volheid van H. H. ter Balkt,
de beelden van Han van der Vegt, de cultuur bij Mustafa Stitou of af en
toe de spielerei van Astrid Lampe. Qua niveau wil ik me niet met hen
vergelijken, maar ik voel me er wel een beetje verwant mee. Iemand als
Starik schrijft juist anders dan mij, maar van zijn vanzelfsprekendheid
en alledaagsheid kan ik leren. Nu
ik dit rijtje teruglees heb ik natuurlijk het gevoel dat het onzin is.
Er zou honderd keer ‘bv.’ en ‘o.a.’ tussen moeten staan, maar
uitlegtaal is vast nooit volledig. 4.
Welk gedicht van een andere dichter zou u in de online bloemlezing der
Nederlandstalige poëzie willen laten opnemen? Azalea
Die
het kwade spreken krijgen steeds meer te vertellen N A A R B O V E N |
||
| Interview De Contrabas | ||||
| Interview Eindhovens Dagblad | ||||
| Interview Altahona | ||||
| Recensie DE ONAANGEBROKEN STAD | ||||
| Recensie PARAGRAAF 2.3 I LOVE YOU | ||||
|
|
||||